Telefoonnummer Ongering

Welkom bij Ongering!

terug naar overzicht

Veronis

Availability: Out of stock

Los € 40,00
gezicht op de stad, met bij A "het huis zyner Majesteit" (Tsaar Peter de Grote), ernaast bij B de door hem gestichte scheepswerf, bij C " het Hof zyner Majesteit", bij H "de Kerk der inslaping van Gods Moeder", bij I de Cosmas en Damianuskerk en K "de Saboor, of Vergaderkerk der heiligen en beelden"; dit alles getekend op 11 februari 1703 vanaf een heuvel ten zuidwesten van de stad
Gravure - 1711
Maat 62 - 22
Cornelis de Bruin, 1652-1722
origineel

Om te bestellen neem contact op met Ongering.
050 - 312 36 77 of met mail naar
info@ongering.nl
next
Veronis

Alle afbeeldingen


Klik op de afbeelding om te vergroten.

Details

Cornelis de Bruijn of Cornelis de Bruyn (Den Haag 1652 - 1727) was een Nederlandse schilder, reiziger en schrijver. Hij maakte twee grote reizen (1674-1693) en (1701-1708) en publiceerde een geïllustreerd boek na zijn eerste reis. Het was het eerste boek met gegraveerde prenten in kleurendruk ter wereld.

Cornelis wilde reizen, maar werkte eerst op een schildersatelier in Den Haag. Gedurende zijn eerste reis trok hij door Duitsland naar Florence en Rome. Eind 1674 sloot hij zich aan bij de Bentvueghels en werd door zijn kunstbroeders Adonis genoemd. In 1678 reisde hij via Livorno naar Smyrna (İzmir), een stad met een Hollandse kolonie. Het jaar daarop tekende De Bruijn in Istanboel Turkse dames met hoofddoek. In 1681 kwam hij aan in Egypte, waar hij de piramide van Cheops beklom, en op de top een handtekening achterliet. Als eerste tekende hij een deel van het binnenste. Door de smorende hitte der Zon, vermoeid en verbrand keerde hij 's avonds terug. De Bruijn tekende veel steden in het Ottomaanse rijk, zoals Jeruzalem en Bethlehem in Palestina, meestal illegaal en verbleef lange tijd in Aleppo. Hij tekende het door Aurelianusverwoestte Palmyra in Syrië, zonder daar te zijn geweest. Via Cyprus en Smyrna kwam hij in 1684 aan in Venetië en werkte samen met Johann Carlo Loth.

In 1693 was hij terug in Den Haag en verkocht meegebrachte of opgestuurde voorwerpen als souvenirs. In 1698 publiceerde hij zijn eerste boek - een toeristische beschrijving met veel stadsgezichten - in eigen beheer, opgedragen aan Anton Ulrich van Brunswijk-Wolfenbüttel. Zijn tekeningen van Jeruzalem en van het binnenste van de piramide waren de eerste die gepubliceerd werden in Europa. De Bruijn, die ieder boek had gelezen in het Grieks of Latijn over die landen, spreidde een grote kennis ten toon, vaak humoristisch. Hij maakte o.a. gebruik van beschrijvingen door Olfert Dapper. Zijn boek was een succes; twee exemplaren hadden gekleurde illustraties, volgens een procedé uitgedacht door Johannes Teyler.

In 1699 werd hij hoofdman van het plaatselijke schildersgilde. In 1700 reisde hij naar Engeland.

In 1701 begon hij aan zijn tweede reis. Hij bezocht Archangelsk en de Samojeden in Noord-Rusland. In Moskou aangekomen vroeg Tsaar Peter de Grote hem zijn nichtjes te schilderen. (De conversatie verliep in het Nederlands.) De Bruijn schilderde hun portretten die werden verstuurd aan mogelijke huwelijkskandidaten. De Bruijn kreeg als eerste buitenlander de gelegenheid diverse belangwekkende gebouwen in Moskou en elders in Rusland te beschrijven en te tekenen. Voor de iconografie van de Russische steden is zijn werk van onschatbare waarde. Hij besteedde ook aandacht aan kleding, straffen, bruiloften, voedsel, de wodka en wijn, het weer en de manier van reizen. Twee jaar later trok hij door over de Oka en de Wolga naar Astrakhan en maakte kennis met de Tjserkassen en de Tataren in het zuiden. Hij tekende inheemse gewassen en dieren en stuurde gedroogde planten en zaden op. In Perzië maakte hij tekeningen van Isfahan en Persepolis, ooit verwoest door Alexander de Grote, waar hij drie maanden verbleef. De Bruijn publiceerde tekeningen van het spijkerschrift. Het reisde in 1705 verder naar Ceylon en Java en logeerde bij Joan van Hoorn, die zich liet portretteren. Hij bracht een bezoek aan de sultan van Bantam. Na een half jaar kwam De Bruijn via dezelfde route terug (1708). In Perzië kon hij beslag leggen op een kopie van het boek van Ferdowsi, genaamd Sjahnama en maakte het toegankelijk voor het Westen. In Polen wist De Bruijn ternauwernood te ontsnappen aan de legers, plunderend tijdens de Grote Noordse Oorlog. Hij reisde terug naar Moskou, bleef een half jaar hangen en verliet het land via Archangelsk.

Het is niet bekend hoe hij zijn reizen financierde, mogelijk met rentebrieven, een soort travellercheques. Cornelis de Bruijn logeerde onderweg vaak bij de Nederlandse kooplieden. De Amsterdamse burgemeester Nicolaes Witsen hielp hem aan de juiste contacten en spoorde hem aan nauwkeurige tekeningen van de geruïneerde stad met veertig zuilen, Persepolis, te leveren. Zijn tweede, een meer wetenschappelijk boek was een minder groot succes en De Bruijn werd opnieuw beschuldigd vanplagiaat, een veelvuldig voorkomend euvel in die tijd. De Bruijn woonde in Amsterdam, maar toen hij in de schulden raakte, vluchtte De Bruijn naar Vianen. Cornelis werd door de zijdekoopman Van Mollum uitgenodigd te komen wonen in zijn landhuis Zijdebalen aan de Vecht.

 

Additional Information

Soort origineel