Telefoonnummer Ongering

Welkom bij Ongering!

terug naar overzicht

Dolce far niente

Availability: Out of stock

Los € 45,00
Staalgravure - 1880
Maat 14 - 20
J.H.M. Rennefeld (naar J. Israels), 1816-1888
origineel

Om te bestellen neem contact op met Ongering.
050 - 312 36 77 of met mail naar
info@ongering.nl
next
Dolce far niente

Alle afbeeldingen


Klik op de afbeelding om te vergroten.

Details

Uit : Jozef Israëls - De kinderen der zee: schetsen naar het leven aan onze Hollandsche stranden - 's-Gravenhage, D.A. Thieme 1880

De schetsen worden begeleid door gedichten van Nicolaas Beets. Gravuren van J.H. Bennefeld

Jozef Israëls (Groningen, 27 januari 1824 – Den Haag, 12 augustus 1911) was van Joodse afkomst en was een van de voornaamste Nederlandse schilders uit de Haagse School. Hij was niet alleen schilder, hij maakte ook etsen en lithografieën en schreef.

Israëls kreeg vanaf zijn elfde les van landschapsschilder J. Bruggink, die verbonden was aan de Academie Minerva te Groningen. J.J.G. van Wicheren was zijn tweede leermeester in 1836 en in 1838 kreeg hij schilderles van Cornelis Bernardus Buijs. Hij was nauwelijks achttien jaar, toen hij in de leer ging bij Jan Adam Kruseman te Amsterdam en bij Jan Willem Pieneman. Hij bleef er wonen, behalve tijdens een paar onderbrekingen, tot 1871. Hierna werkte hij in Den Haag. Van 1845 tot 1847 verbleef hij in Parijs. In het atelier van de Franse François-Édouard Picot werd hem het romantische historieschilderen bijgebracht. Louis Gallait en de Franse Nederlander Ary Scheffer oriënteerden hem eveneens naar het Romanticisme toe. Ook Horace Vernet, Paul Delaroche en James Pradier bepaalden zijn oorspronkelijke werk toen hij op de Ecole des Beaux-Arts in Parijs studeerde. Hij ontmoette er ook Jan Jongkind en de schilders van Barbizon.

Terug in Den Haag waren het zijn voorstellingen van eenvoudige mensen, vooral uit het vissersleven van Zandvoort en Katwijk, die tot zijn roem zouden leiden. Hierbij was zijn keuze enigszins beperkend, terwijl de sfeer overheersend was. Een van zijn eerste vissersschilderijen was Langs moeders graf uit 1856. Het pathetische Verdronken Visser, uit 1861, in de National Gallery van Londen of het romantische The Cottage Madonna, uit 1867, in het Institute of Arts van Detroit, naast zijn landschappen als Na de Storm, ook uit 1867, in het Stedelijk Museum van Amsterdam, zijn creaties uit zijn kunst. Thema's uit het judaïsme, als Joodse bruiloft, uit 1903, in het Joods Historisch Museum, bruikleen van het Amsterdamse Rijksmuseum, getuigen van zijn Joodse interesse.

Na 1871, toen hij in Den Haag ging wonen, raakte hij nauw bevriend met Hendrik Willem Mesdag. Ze waren samen betrokken bij de oprichting van de Hollandsche Teekenmaatschappij in 1876 en speelden een voorname rol in de Haagse Pulchri Studio. In 1903 begeleidden ze, samen met Willem Maris, Jan Hendrik Weissenbruch naar zijn laatste rustplaats op de Gemeentelijke Begraafplaats aan de Kerkhoflaan. Op 12 december 1903 schreef Israëls in zijn dagboek: Heden Zaterdag, mijn uitgaansdag heerlijk mooi weer. Bij Mesdag schilderijen gezien die hij onderhanden had, ook bij mevrouw het atelier bezocht, prettig gebabbeld, veel over componeren van een schilderij verteld. Tot 1885 leidde hij zijn zoon Isaac Israëls op, die geboren was in 1865. Hierover schreef hij: Met de hulp van de Heer, zal hij een beter schilder worden dan zijn vader. Na 1885 ging Isaac zijn eigen weg in Amsterdam en werd er net als Breitner een van de Amsterdamse Impressionisten.

Israëls maakte een reis in Spanje van 1897 tot 1898 en schreef hierna zijn reisverhaal, aan de hand van zijn talrijke tekeningen. Hij werd in 1879 ridder van de kroonorde van Italië. Als pseudoniem gebruikte hij J. Maalman.

Additional Information

Soort origineel