Telefoonnummer Ongering

Welkom bij Ongering!

terug naar overzicht

De roep van de aarde

Availability: Out of stock

Gelijst € 85,00
Facsimile
Maat 45,5 - 65,5
H.N. Werkman, 1882-1945
reproductie

Om te bestellen neem contact op met Ongering.
050 - 312 36 77 of met mail naar
info@ongering.nl
next
De roep van de aarde

Alle afbeeldingen


Klik op de afbeelding om te vergroten.

Details

In februari 1941 kreeg Werkman van zijn vriend en schipper van de Blauwe Schuit August Henkels het boek Die Legende des Baalschem te leen. Deze oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven legenden waren door Martin Buber in het begin van de 20ste eeuw aan de vergetelheid ontrukt en vonden wereldwijd een grote aftrek. Centraal in de vertellingen staat de Poolse Israël ben Eliëzer, ook aangeduid als Ba'al Sjem Tov (de man van de goede naam) die zich vanaf 1739 ontpopte als leider van de Oosteuropese chassidische beweging, een beweging van vrome joden die boven de praktische uitvoering van de voorschriften in de Thora een leer stelden van hoop, optimisme en vreugde.

Uit bewaardgebleven correspondentie is op te maken hoe sterk Werkman door deze parabel-achtige vertellingen werd gegrepen en Henkels voorstel om er een reeks grote prenten naar te maken werd gretig omarmd. Het werd een monsterproject dat hem uiteindelijk vanaf april 1941 t/m december 1943 heeft geabsorbeerd: van de eerste schetsen, het maken van een volledig uitgewerkte proefdruk, het drukken van de prenten in een oplage, de productie van de twee bijbehorende tekstboekjes tot en met de mappen waarin het geheel werd opgeborgen. Compleetheid was niet het streven: van de 21 legenden zijn er veertien uitgekozen waarvan bij acht verhalen één en bij zes twee prenten werden gemaakt.

Vooral de productie van de prenten in een oplage van telkens minimaal 20 exemplaren was een moeizaam proces. Grootste complicatie vormde het gebruik van de sjabloontechniek: te drukken figuren werden met een mesje uit een vel pakpapier gesneden, dat vel werd vervolgens op het blad gelegd en met een inktrol werd de door het wegsnijden ontstane vorm op het papier gebracht. Omdat de randen van de sjablonen daarbij ook met inkt bestreken werden en op een volgend vel papier al gauw voor een smetrandje zorgden, moesten voor eenzelfde figuur telkens weer nieuwe sjablonen gesneden worden, die natuurlijk nooit helemaal gelijk aan elkaar waren. Ook traden er onvermijdelijk kleurverschillen op, zeker als er op de rol twee kleuren zaten die vloeiend in elkaar overliepen, de zogenaamde irisdruk. Dit maakt dat eigenlijk elke prent een unicum is. Daarnaast paste Werkman nog andere technieken toe zoals het rechtstreeks met inktrollen over het papier gaan, het nat op nat aanbrengen van meerdere kleuren inkt over elkaar, het trekken van lijnen met de rand van een inktrol, en het direct op papier stempelen met drukvormen.

Hendrik Nicolaas Werkman was boekdrukker (vanaf 1907 zelfstandig) en had een kleine uitgeverij in Groningen, waar in hoogtijdagen ongeveer twintig mensen werkten. Als lid van de (in 1918 opgerichte) Groninger schildersvereniging "De Ploeg" maakte hij verschillende affiches, uitnodigingen en catalogi voor de activiteiten van de vereniging. In 1921-22 gaf hij het door hemzelf gedrukte Blad voor Kunst uit, waarvan de redactie werd gevormd door Jan Wiegers en Jan Gerrit Jordens (voor de beeldende kunst), Auguste Defresne (letterkunde) en Daniël Ruyneman (muziek). Na zes nummers werd het opgevolgd door het tijdschrift The next call, waarop hij meer zijn persoonlijke stempel kon drukken. Hij gaf het in eigen beheer uit van 1923 tot 1926 en wisselde het uit met avant-gardisten in Parijs, Antwerpen en Rusland, onder wie Michel Seuphor.

Werkman heeft ook geschreven. Hij is de auteur van een klein aantal experimentele gedichten en poëtische prozastukken, waarvan enkele bij de Dada-stroming kunnen worden ingedeeld. Andere teksten zijn manifesten, die hij gebruikte bij het opschudden van het culturele leven in Groningen, bijvoorbeeld Groningen Berlijn Moskou Parijs 1923 en Groeiende Lach. Enkele van zijn teksten werden opgenomen in de biografie van Werkman door Hans van Straten (1963). In 1968 werd een selectie van zijn correspondentie uitgegeven in de serie Privé-domein.

Tijdens de oorlog verzorgde hij samen met August Henkels, Adri Buning en Ate Zuithoff onder de naam De Blauwe Schuit verschillende uitgaven die in bedekte termen kritiek leverden op het nazi-bewind. De teksten werden door Werkman voorzien van prachtige kleurrijke "druksels". Uit die tijd stamt ook een van zijn bekendste werken, een dubbele serie van tien druksels getiteld: "Chassidische Legenden I en II".

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog kwam Werkman in contact met Willem Sandberg, op dat moment hoofdconservator van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Sandberg, die oorspronkelijk was opgeleid tot typograaf, verwierf veel werk van Werkman voor het Stedelijk Museum. Het was ook Sandberg die hem in 1939 zijn eerste solotentoonstelling bezorgde in Amsterdam. Zijn voormalige werkruimten aan Lage der A nummer 13 zijn verbouwd tot ateliers.

Werkman werd met 9 anderen gefusilleerd door SD'er Peter Schaap (van het Scholtenhuis) in de bossen bij Bakkeveen, drie dagen voor de bevrijding van Noord-Nederland. De redenen voor zijn arrestatie en executie zijn nooit helemaal duidelijk geworden.

Additional Information

Soort reproductie